
|

|
Departement :
Nièvre (58)
Arrondissement:
Château-Chinon(Ville)
Kanton:
Luzy
Oppervlakte: 35,2 km²
Inwoners(31-12- 2006) 263 (7,5 inw/km²)
Postcode: 58360
Adres Mairie
Bourg Semelay
Tél. : 0386309088
Website
http://semelay.free.fr/Semelay/index.html
|
 |
| Bevolkingsontwikkeling (wikipedia) |
Sémelay is gelegen in zuid-westen van de Morvan,
departement Nièvre, tussen de gemeenten van Saint-Honore-les-Bains (8km)
en Luzy (14 km). Op de topografische kaart kunnen we zien dat het dorp
in een kleine vallei ligt en is omringd door beboste heuvels. Door de
gemeente stroomt de rivier de Alène, een zijrivier van de Loire. De naam
Sémelay zou afkomstig zijn van een Romeinse familie die de grond
exploiteerde.
De kerk van Sémelay maakt het
dorp beroemd. De kerk is sinds enige tijd geclassificeerd als "site
clunisien", ze was vroeger een priorij van het benedictijner klooster.
De datering van de kerk is moeilijk. Ongetwijfeld, werd hij gebouwd in
de late elfde eeuw - begin twaalfde eeuw. Hoewel er geen
spoor van de kloostergebouwen meer is, en ondanks de instorting van de
eerste gewelf van het middenschip en het portaal in 1781 en herstel
daarvan in 1820 waarbij de tweede rij ramen dichtgemaakt zijn, behoudt
de kerk zijn romaanse "Cluniac" stijl, met al haar gewelven en de
imposante gebeeldhouwde decoratie, onaangetast door de geschiedenis: 40
kapitelen met intrigerende gezichten en symbolische planten, 40
versierde pilaren met allemaal verschillende decoraties, 4
pilaren met verschillend lijstwerk.
|
 |
 |
De drie beuken, het koor en de apsis met drie ramen zijn van een
harmonieuze schoonheid. Op de kerk staat een massieve
vierkante toren, de bovenste verdieping hiervan heeft op elk
van de vier zijden een Romaanse gepaard boograam.
Geschiedenis
Sémelay was in vroege tijden een bolwerk van het Romeinse
defensieve systeem in het land van de Keltische Aeduan.
De omgeving van het dorp is bezaaid met oude ruïnes, en
men heeft er Romeinse munten gevonden. Op talrijke plaatsen zijn resten
van Romeinse verdedigingswerken terug te vinden (la Bussière, la Sas,
Vauvray)
In de middeleeuwen was het land
ondergeschikt aan de graven van Nevers.
Waarschijnlijk heeft Hugues de
Chatillon, kleinzoon van Robert de Nevers (1035-1098), een klooster
gesticht op de plek waar nu de kerk staat maar er is geen document die
deze bewering kan ondersteunen.
In de pauselijke bul van Gregorius VII in
1076, lijkt de kerk van Sémelay het bezit van Cluny (ecclesiam in villa
quae dicitur Simullai). Na de twaalfde eeuw en tijden van de bloei kende
de kleine priorij-cure Sémelay echter problemen: in 1263 is de
gemeenschap geslonken tot een prior met één ondersteunende monnik. De
priorij Luzy bevindt zich in dezelfde situatie, de twee instellingen
worden dan ook samengevoegd in 1275. De volgende decennia blijft de
priorij in
gevaar, zowel op materieel als financieel gebied.
Vanaf de zestiende
eeuw tot aan de
Franse
Revolutie, is de kerk door een seculier priester bediend, terwijl de abt
van Cluny, uit hoofde van zijn functie alleen de tienden verzamelde. Het
gebouw werd vervolgens in tweeën verdeeld: Cluny behoudt het koor, het
transept en de toren, en de parochianen krijgen het schip en de
gangpaden. Deze situatie duurt tot de Revolutie, de kerk houdt stand in
deze lastige situatie.
Het oude fort Montécot, uit de middeleeuwen, was een
feodaal kasteel, met uitzicht op de vallei van de Alène. Nog zeer
zichtbaar zijn de verdedigingswerken van Montécot op de rechteroever van
de Alène.
Het was voorzien
van een bolwerk van 10 meter hoog, 100 meter boven de rivier.
Aan de noordkant waren twee verhoogde terrassen die een
platform vormen met een hoogte van 40 meter.
Het
platform had een rechthoekige vorm van 100 meter lang en 90 meter breed,
en was afgesloten op de uiteinden
door een kloof van 9 meter breed die gepasseerd kon worden via een
overdekte loopbrug en uitkwam in de loopgraven.
Aan de oostkant, ook achter een kloof, was een
ovale heuvel, 20 meter hoog die werd bekroond met een rechthoekig
fortificatie van 30 meter lang en 20 meter breed, parallel aan de breedte van
het kamp.
Tijdens de Middeleeuwen was Montécot ook
een pleisterplaats voor de pelgrims naar Santiago de Compostella
De toren van het fort Montécot, nu vernietigd, diende als triangulatie
punt voor de kaarten van Cassini. |